Wat is een bedrijf waard? Zo kijk je er als koper naar
Bijgewerkt op 3 oktober 2026
Een bedrijf heeft niet één juiste waarde. Waarderingsmethoden geven een bandbreedte, en de prijs komt uit de onderhandeling. Deze gids laat zien hoe kopers in het MKB rekenen, welke multiples er in de markt worden betaald en waarom de financiering voor een koper de harde bovengrens is.
In het kort
- In het MKB wordt meestal gerekend met een veelvoud (multiple) van de genormaliseerde EBITDA. Volgens de Overname Barometer was dat gemiddeld 5,0 in de tweede helft van 2025, met grote verschillen per sector en omvang.
- Een multiple geeft de ondernemingswaarde. Wat je voor de aandelen betaalt, hangt daarnaast af van kas, schulden en werkkapitaal.
- Op welke EBITDA de multiple wordt toegepast, maakt veel uit: die van de verkoper of je eigen normalisatie.
- Voor een koper is de financierbaarheid een harde bovengrens: wat de kasstroom aan rente en aflossing kan dragen.
Waarde en prijs
De waarde van een bedrijf verschilt per partij. Voor de verkoper telt vaak wat hij erin heeft opgebouwd en wat hij na de verkoop nodig heeft. Voor jou als koper telt wat het bedrijf jou gaat opleveren, welk risico je loopt en wat je kunt financieren. De prijs is waar die twee elkaar vinden, en ook de opbouw telt mee: een deel later of voorwaardelijk betalen kan een hogere prijs mogelijk maken.
Drie manieren om te waarderen
Ondernemersplein noemt drie methoden: de intrinsieke waarde, de discounted cashflow (DCF) en de rentabiliteitswaarde (Ondernemersplein). In de praktijk komt daar de multiple bij.
- Multiple van de EBITDA: de genormaliseerde EBITDA keer een veelvoud dat in vergelijkbare overnames is betaald. De gangbare maatstaf in het MKB, en snel te vergelijken.
- Rentabiliteitswaarde en DCF: de verwachte winst of kasstromen, omgerekend naar een waarde nu met het rendement dat een koper vraagt. Bruikbaar als de toekomst goed te voorspellen is, maar gevoelig voor de aannames.
- Intrinsieke waarde: bezittingen min schulden, tegen de waarde in het economisch verkeer. Bruikbaar bij veel tastbare bezittingen, of als ondergrens bij weinig winst.
Het verschil tussen de prijs en de intrinsieke waarde heet goodwill: wat je betaalt voor de winstkracht, de klanten en de naam. Tegenover goodwill staat geen onderpand, en dat weegt bij de bank (zie Bedrijf overnemen financieren).
Multiples in de markt
De Overname Barometer van Dealsuite en Brookz is een halfjaarlijks onderzoek onder Nederlandse overnameadvieskantoren, over MKB-bedrijven met een omzet van 0,5 tot 50 miljoen euro. De multiple is daarin de ondernemingswaarde gedeeld door de genormaliseerde EBITDA. In de tweede helft van 2025 was het gemiddelde 5,0 (Overname Barometer februari 2026). In de eerste helft van 2026 bleef dat gemiddelde 5,0 (Dealsuite).
Per sector
| Sector | Laag | Gemiddeld | Hoog |
|---|---|---|---|
| Softwareontwikkeling | 7,0 | 7,5 | 8,4 |
| IT-dienstverlening | 6,1 | 6,7 | 7,3 |
| Gezondheidszorg & Farmacie | 6,0 | 6,5 | 7,3 |
| Agri & Food | 4,9 | 5,3 | 5,9 |
| Groothandel | 4,8 | 5,2 | 5,9 |
| Industrie & Productie | 4,7 | 5,1 | 5,7 |
| E-commerce & Webshops | 4,5 | 5,0 | 5,6 |
| Zakelijke dienstverlening | 4,6 | 5,0 | 5,7 |
| Bouw & Installatietechniek | 4,3 | 4,8 | 5,5 |
| Automotive, Transport & Logistiek | 3,9 | 4,2 | 4,7 |
| Media, Reclame & Communicatie | 3,5 | 3,9 | 4,5 |
| Horeca, Toerisme & Recreatie | 2,9 | 3,3 | 4,0 |
| Detailhandel | 2,0 | 2,5 | 3,1 |
EBITDA-multiples in de tweede helft van 2025, over alle groottes (Overname Barometer februari 2026).
Per omvang
| Genormaliseerde EBITDA | Gemiddelde multiple |
|---|---|
| € 200.000 | 3,6 |
| € 500.000 | 4,2 |
| € 1 miljoen | 5,0 |
| € 2 miljoen | 5,2 |
| € 5 miljoen | 5,9 |
| € 10 miljoen | 6,7 |
Kleinere bedrijven worden tegen een lagere multiple verkocht. Voor bedrijven met een EBITDA onder € 200.000 stelt de Barometer geen multiple vast: de risico's zijn daar sterk bedrijfsspecifiek, de genormaliseerde EBITDA schommelt vaak sterk en de waarde hangt veel af van de potentie van het bedrijf.
Twee kanttekeningen. De cijfers komen uit een enquête onder adviseurs over hun eigen transacties, dus niet uit een openbaar register van alle overnames. En de sectortabel geldt voor alle groottes samen; voor een kleiner bedrijf ligt de multiple doorgaans onder het sectorgemiddelde.
Waar in de bandbreedte?
Waar een bedrijf binnen de bandbreedte uitkomt, hangt af van hoe zeker de winst is en hoeveel er na de overname nog moet gebeuren:
- Terugkerende omzet uit contracten en abonnementen maakt de winst voorspelbaarder.
- Afhankelijkheid van de eigenaar: hoe meer klanten, kennis en verkoop bij de eigenaar zitten, hoe groter het risico bij de overdracht.
- Spreiding over klanten: een grote klant die een groot deel van de omzet levert, is een risico.
- Marge tegenover de branche: een marge die ver boven de branche ligt, vraagt om uitleg; een lage marge kan ruimte voor verbetering zijn, of een teken van druk op de prijzen.
- Investeringen: achterstallig onderhoud of noodzakelijke vervanging komt na de overname voor jouw rekening.
- Trend: een stijgende winst weegt anders dan een dalende, ook als het gemiddelde gelijk is.
Daarnaast telt op welke EBITDA de multiple wordt toegepast. Een multiple is pas te vergelijken als de EBITDA op dezelfde manier is genormaliseerd: met een marktconform salaris voor de directie, zonder eenmalige posten en met een marktconforme huur. Zie Genormaliseerde EBITDA.
Van ondernemingswaarde naar aandelenprijs
Een multiple van de EBITDA geeft de ondernemingswaarde: de waarde van het bedrijf alsof het geen schulden en geen overtollige kas heeft. Een vraagprijs heet "cash- en schuldenvrij" als die op deze basis is gesteld. Bij de koop van aandelen gaat het daarna om wat er in de BV zit:
- Rentedragende schulden (bankleningen, leningen van de eigenaar) gaan van de ondernemingswaarde af.
- Liquide middelen komen erbij, voor zover ze niet nodig zijn voor de dagelijkse gang van zaken.
- Werkkapitaal: vaak spreken partijen een normaal niveau af. Ligt het werkkapitaal bij de overdracht lager, dan gaat het verschil van de prijs af; ligt het hoger, dan komt het erbij.
Vraag daarom altijd na of een vraagprijs de ondernemingswaarde is of de prijs voor de aandelen. Het verschil kan zo groot zijn als de kas of de schulden van het bedrijf.
Financierbaarheid als bovengrens
Een multiple zegt wat er in de markt wordt betaald, niet wat jij kunt betalen. Een bank kijkt vooral of de kasstroom de rente en aflossing kan dragen, uitgedrukt in de DSCR. Met je eigen inbreng, een eventuele vendor loan en de voorwaarden van de bank volgt daaruit een hoogste koopprijs. Die kan boven de marktwaarde liggen, maar ook ruim eronder, bijvoorbeeld als je weinig eigen geld hebt of de bank een korte looptijd hanteert. De calculator rekent die hoogste koopprijs voor je uit.
Rekenvoorbeeld
Installatiebedrijf Noordkade uit het voorbeeldrapport (fictief): 10 fte, € 2,3 miljoen omzet, verkoop van de aandelen. De verkoper vraagt € 1.050.000, cash- en schuldenvrij.
- Genormaliseerde EBITDA: de verkoper komt op € 265.000. In de eigen analyse is dat € 232.000, vooral door een marktconform salaris voor de nieuwe directeur (€ 90.000 in plaats van € 75.000) en een marktconforme huur voor het pand, dat van de verkoper is (€ 54.000 in plaats van € 36.000 per jaar). De vraagprijs is 4,0 keer de EBITDA van de verkoper en 4,5 keer die uit de eigen analyse.
- Marktvergelijking: de sector Bouw & Installatietechniek heeft multiples van 4,3 tot 5,5 (gemiddeld 4,8). Bij een EBITDA van € 232.000 ligt de gemiddelde multiple over alle sectoren rond 3,7 (tussen 3,6 bij € 200.000 en 4,2 bij € 500.000) in plaats van 5,0. Het rapport schaalt de sectormultiples naar die verhouding (een aanname: dat het effect van omvang in elke sector even groot is). Dat geeft 3,2 tot 4,1, gemiddeld 3,5.
- Financiering: met onder meer € 250.000 eigen inbreng, een vendor loan van 25% (6% rente, 7 jaar, eerste twee jaar aflossingsvrij) en een banklening over 6 jaar tegen 7% is de hoogste koopprijs met een DSCR van 1,25 in elk jaar € 723.000.
| Noordkade | Bedrag | Keer de EBITDA van € 232.000 |
|---|---|---|
| Hoogste financierbare koopprijs (DSCR 1,25) | € 723.000 | 3,1 |
| Marktvergelijking, laag | € 742.000 | 3,2 |
| Marktvergelijking, midden | € 812.000 | 3,5 |
| Marktvergelijking, hoog | € 951.000 | 4,1 |
| Vraagprijs | € 1.050.000 | 4,5 |
Wat dit laat zien:
- De vraagprijs ligt boven de hele bandbreedte van de marktvergelijking en € 327.000 boven wat met deze financiering te dragen is. Bij de vraagprijs zakt de laagste DSCR naar 0,79.
- Rond het midden van de marktvergelijking (€ 810.000) is de laagste DSCR 1,08. Wordt € 95.000 daarvan een earn-out in jaar 3, dan haalt de DSCR elk jaar 1,25.
- De vraagprijs zou financierbaar zijn bij een genormaliseerde EBITDA van € 351.000, of bij € 607.000 eigen inbreng in plaats van € 250.000. Een banklening tot 10 jaar of een vendor loan tot de helft van de prijs is op zichzelf niet genoeg.
- Aandelenprijs: er zit € 140.000 aan liquide middelen in de BV en er zijn geen rentedragende schulden. Gaat de kas mee, dan is de prijs voor de aandelen bij de vraagprijs € 1.190.000.
- Goodwill: van de vraagprijs staat € 180.000 tegenover materiële vaste activa en € 219.000 tegenover werkkapitaal. De rest, € 651.000 (62%), is goodwill.
Dit zijn uitkomsten van het rekenmodel bij de aannames van het voorbeeld, geen oordeel over wat de prijs zou moeten zijn. Het volledige voorbeeld, met de scenario's naast elkaar, staat in het voorbeeldrapport.
Reken je eigen overname door. Vul de genormaliseerde EBITDA en je financiering in en zie welke koopprijs te financieren is.
Naar de calculatorDit artikel is algemene informatie en geen financieel advies of waardering van een bedrijf. Multiples veranderen per halfjaar; check de actuele editie van de Overname Barometer.